Nederlands
Français
English


 

De geschiedenis van Faure

Une cheminée à feu continu de type 'Nederland', fabriqué en 1964 à l'usine de Signy....

In 1854 installeert Antoine Théodore FAURE zich te Revin in de Franse Ardennen. Hij is de jongste van negen kinderen van Gilbert Faure, van origine politieman in Peyrat-la-Nonière in de Creuse. Antoine Théodore had een studiebeurs gekregen voor de school voor Kunsten en Ambachten van Angers waar hij op briljante wijze zijn studie afrondde.

Antoine Théodore vestigde zich daarna in de Ardennen waar hij eerst als receptionist ging werken bij de Compagnie des Chemins des Ardennes die het lokale spoorwegnet aanlegde en onderhield.

Al vrij snel begon hij voor zichzelf en begon in 1854 te Revin zijn eerste fabriekje, dat gietvormen maakte voor de constructie van materiaal voor de spoorwegen. Deze fabriek was een rechthoekige hal van 15 meter breed en 60 meter lang. Het werk boiede hem echter niet en hij begon met de fabricage van de eerste 'Faure' kachels.

La couverture d'un dépliant sur Revin, cappitale du chauffage.

De zaken gaan goed en Antoine Théodore bouwt nieuwe fabriekshallen. Hij ondervindt al snel financiële problemen en treft in 1868 een minnelijke schikking om die op te lossen.

Trois modèles de 'fire ball', appareil à gaz butane mobile fabriqué à Revin et à Nevers entre 1953 et 1956.

Théodore verkoopt zijn fabrieken en materiaal, maar hurt onmiddellijk dezelfde ruimte en vervolgt zijn activiteiten. Hij verkoopt zelfs zijn eigen huis… aan de familie Morel, zijn lokale concurrent. De fabriek wordt weer teruggekocht in 1879 en het huis in 1903.

Deze keer lopen de zaken beter en nadat zoon Henri zijn entree heeft gemaakt in het bedrijf, gaat de ontwikkeling snel: Henri begreep dat je het best je eigen bankier kunt zijn en het niet aan een ander moet overlaten.


  • In 1880 vindt de constructie plaats van een gietrij in Laifour, waarheen een deel van de fabricage van Revin wordt verhuisd.
  • In 1882 kopen ze een fabriek in La Petite-Commune waar een kopersmelterij wordt geïnstalleerd.
  • In 1907 kopen ze een fabriek in Mézières, gespecialiseerd in kopergietwerk.
  • In hetzelfde jaar bouwen ze een fabriek in Signy-le-Petit, een ijzergieterij.
Extraite d'un catalogue de 1911.

Na het overijden van Antoine Théodore in 1891 neemt Henri het roer over. Hij is degene die het bedrijf echt ontwikkelt tot 'Faure Père et Fils'. Hij koopt elk terrein dat hij kan bemachtigen om de fabriek te vergroten. Vanaf 1900 komt zijn oudste zoon Louis hem assisteren. Zijn andere zonen volgen daarna, een voor een. Raymond komt in 1905 in het bedrijf werken, Henri in 1914, Pierre in 1921 en Jean in 1923.

Reproduction d'une publicité de 1927.

De fabriekscatalogi uit die tijd getuigen van een buitengewone diversiteit aan modellen: 40 modellen gietijzeren fornuizen, 34 modellen haarden en open haarden, 48 modellen grotere kachels, 26 modellen vrijstaande kachels, 71 modellen kookkachels van plaatijzer en gietijzer, 13 modellen keukenkachels van plaatijzer en gietijzer en allerlei aanverwante artikelen in meerdere afmetingen: 1400 producten in totaal. In dit gamma bevindt zich een indrukwekkende collectie van grilroosters, kolenkitten, strijkijzers, wafelijzers, stoofjes en warmhouders, zeepbakjes, kwispeldoors (spuwbakken), bordenstandaards, vuurbokken, paraplubakken, spades en tangen, schalen en bakken, voetkrabbers, tafel- en bankpoten, vazen en bloempothouders, boekethouders en tuinpotten, etensbakken, waterbakken, urinoirs, fonteintjes, toiletten en waterreservoirs, gietijzeren pompen en het hele assortiment aan zwart of gegalvaniseerd blik.

De oorlog zette elke activiteit stop in de fabrieken in de Ardennen en Henri ging door met het maken van kachels en fornuizen en twee, zuidelijker gelegen noodfabrieken, een in Nevers en de andere in Conches. De zetel van het bedrijf werd verplaatst naar Trouville-sur Mer waar Henri een villa bezat. Zijn vier oudste zonen gaan in dienst. De uiteindelijke terugkeer vond plaats in juni 1919.

Na de dood van Henri in 1922 werd de fabriek van Faure geleid door een Raad van Bestuur die werd voorgezeten door Louis. Er volgde wederom een tijd van zekere voorspoed met veel activiteiten en omvangrijke productie. De manier van zakendoen is gewijzigd en in 1925 participeert 'FAURE' voor het eerst in de Beurs van Parijs. 'FAURE' opent eveneens een showroom in Parijs, aan de boulevard Richard Lenoir.

Les usines en 1900.

In 1926 volgt de geslaagde introductie van de kachel Crésu 572 en de aankoop van een nieuwe fabriek onder de naam 'Cinq Paires ín Revin.

In 1931 introduceert 'FAURE' het interessante familiale salaris. Elke medewerkend familiehoofd kreeg, buiten zijn salaris, een extra salaris van 20% per kind, hetgeen dus betekende dat het salaris bij vijf kinderen werd verdubbeld. Dit voordeel was hiërarchisch ofwel aan een maximum aantal kinderen gebonden.

Publicité de 1925.

In 1934 wordt een nieuwe fabriek voor plaatijzer en emailleren gebouwd. Tevens wordt er deelgenomen in de 'Société Nouvelle d'Electricité et de Chauffage' vanuit het oogpunt de productie meer te diversifiëren.

De oorlog en de totale evacuatie van het departement van de Ardennen markeren het einde van deze periode van ontwikkeling en voorspoed. Een klein deel van het personeel van Revin begint opnieuw in Nevers en vindt wederom werk in de fabriek die reeds in 1914 diende als toevluchtsoord.

De activiteiten werden na de Tweede Wereldoorlog feitelijk pas weer in 1952 gestart. Er waren namelijk vele problemen vanaf 1945 en de fabriek in Signy-le Petit was pas toen weer in productie. De schade van de oorlog gaf wel mogelijkheden de fabriek eerder te starten, maar het bedrijf investeerde eerst in de ijzergieterij omdat de vraag was veranderd. Er kwam steeds meer vraag naar producten van plaat- in plaats van gietijzer. De uitvinding in 1953 van een nieuw type, mobiel apparaat op butaangas, de 'FIRE BALL' werd een groot succes, maar was niet voldoend ehet hoofd te bieden aan de steeds grotere concurrentie, vooral die uit Italië.

Publicité de 1926.

In 1960 werd 'FAURE' verkocht aan zijn grootste concurrent in Revin: 'ARTHUR MARTIN'. Deze fabriek ging door met de exploitatie van het merk en de standaardisatie van de modellen. Het gamma aan verkochte producten van het merk 'FAURE' verbeterde zienderogen, maar alleen het merk op de apparatuur gaf nog het onderscheid aan tussen de twee merken.

'ARTHUR MARTIN' ondervond dezelfde moeilijkheden als 'FAURE' en werd in 1972 verworven door de 'Société Générale de Belgique' die het aandeel in 1975 weer doorverkocht aan 'ELECTROLUX'.

In die zin bestaat het merk 'FAURE' nog steeds in elektrische huishoudelijke apparatuur, met een lange industriële geschiedenis.